Tot laat in de 19e eeuw was een kasteel een veilige plek. De voordeur was een ophaalbrug of toch minimaal een poort die door ongewenste bezoekers slechts met grove middelen kon worden geopend. Vanaf de kantelen konden boosdoeners tijdens zo'n ramkraak nog worden getrakteerd op pek, hete olie en flinke blokken steen, om ze zo op andere gedachten te brengen. De geschiedenis leert ons echter ook dat door slimmigheden van de vijand en stommiteiten van de verdedigers, de dikke muren van het kasteel niet zo'n probleem hoefden te zijn. Het paard van Troje, dat door de verdedigers in triomftocht naar binnen werd gereden, bleek allesbehalve een godsgeschenk. Vaak bleek bij de verdediging de zwakste plek de dienstingang aan de achterzijde van het kasteel, waar kooplui buiten het zicht van de gegoede burgerij hun waren konden afleveren. Vermomd als kooplui hebben aanvallers via deze weg menig ongenaakbaar geachte vesting alsnog weten binnen te dringen.
De uitvinding van het buskruit, de komst van het vliegtuig en vooral de dodelijke combinatie van beide, maakte het bouwen van kastelen ter bescherming uiteindelijk overbodig.
In IT-land heet de ophaalbrug een firewall; ramkraken in de vorm van hacking zijn aan de orde van de dag. Virusscanners herkennen Trojaanse paarden op afstand en het opblazen van een computer heeft geen zin als je uit bent op wat er op die computer staat. Maar die achterdeur... Al heeft uw locatie zes toegangsbeveiligingen (met evenzoveel toegangspasjes) en heeft u password security tot op het hoogste niveau ingeschakeld, dan nog staat niets de eigenaar van een memory stick in de weg om fluitend met uw bedrijfsgegevens via de achterdeur naar buiten te lopen.
Nog eenvoudiger is het om, vermomd als systeembeheerder, iemand op te bellen en om zijn password (of pincode) te vragen. Waarmee maar weer eens is aangetoond dat de mens een grote, zo niet allesbepalende factor is in het goed en veilig functioneren van IT. In een traject waarbij security en autorisaties een rol spelen, stellen wij bij KEMBIT dan ook steevast de mens en zijn gedrag op de voorgrond, en kijken we daarna pas naar de techniek. Zo houd je ook de achterdeur op slot.