Eigenlijk zou het niet zo'n moeite moeten kosten om er iets zinvols over te schrijven. Op het oog gaat het hier immers over een belangrijk onderdeel van de KEMBIT-kernactiviteit: netwerken, het opbouwen, onderhouden en het uitbreiden ervan. Waarom voel ik me er dan toch niet mee op mijn gemak?
Ruim voor NT en Novell, zelfs ruim voor Banyan Vines waren ze er al; het heette toen alleen niet netwerken. Ik heb het natuurlijk over netwerken in de moderne zin des woords, of, zoals van Dale het beschrijft: "het creëren, uitbouwen en onderhouden van sociale contacten om informatie te krijgen waar men in zijn beroep of carriere zijn voordeel mee kan doen". Zo beschreven lijkt het alsof sociale contacten in beroep of carriëre normaalgesproken niet noodzakelijk zijn, maar dat terzijde. Vroeger werd dit netwerken nog enkel in verenigingsverband beoefend, zoals bijvoorbeeld bij de Lions of de Rotary, maar tegenwoordig luisteren netwerken al naar illustere namen als "de Kwaliteitskring..." (vul een willekeurige plaats of bedrijfsnaam in), de "M7" (vervang de M van Maastircht voor de eerste letter van plaats of regio, of gewoon door de B van "Boer") of "de Heeren van..." (aan te vullen met dorp, gehucht of andere plaats des onheils).
Netwerken is in, netwerken is hip en netwerken loont! ledereen in je doelgroep schijnt het te doen, dus als je niet meedoet, lig je er automatisch uit. Maar hoe doe je mee? Sluit je je aan bij een bestaand netwerk (een ondernemersvereniging bijvoorbeeld) of probeer je je eigen netwerk op te bouwen, daarmee de kans vergrotend mensen daarin tegen te komen waar je daadwerkelijk wat aan hebt? En hoe krijg je de juiste mensen bij elkaar? Kortom: waarvoor komt u, beste ondernemer, nog uit uw kantoor?
Het netwerken gaat tegenwoordig verder dan plaggen schieten op de golfbaan: om daar te netwerken moet je inmiddels toch minimaal je GVB (het jargon beheers ik, de sport niet) hebben, waar vroeger gemeenschappelijk schutteren op de driving range de verbindende factor was. Naar het voetballen dan maar? Leuk als je van de sport houdt, maar op de verkeerde dag twee keer 45 minuten gestuntel te moeten aanschouwen, is zelfs met gratis versnaperingen niet weg te spoelen.
Er zit maar een ding op: we vragen het de ondernemers zelf. Als u net zo benieuwd bent naar de antwoorden, beloof ik u daar in deze column op terug te komen. Of misschien vragen we het u wel persoonlijk.
Tot die tijd houd ik me bij de mij vertrouwde wereld van die andere netwerken.
PS: Dat grote wereldwijde netwerk wordt trouwens steeds vaker gebruikt voor het "afternetwerken". Met dat in het achterhoofd is het voor ons als IT-dienstverlener gelukkig weer netwerken.