Het gemak waarmee kinderen met techniek omgaan, is onovertroffen. Dat heeft met on­bevangenheid te maken, met durf, of beter, met gebrek aan angst. Voor kinderen zijn computers gebruiksvoorwerpen, die je niet hoeft te doorgronden om er iets mee te kunnen doen. Kinderen zijn ook niet afhankelijk van het resultaat van een actie op zo'n apparaat: ze proberen het gewoon opnieuw, zonder te jammeren dat ze niet begrijpen dat er iets niet gebeurt wat ze wel hadden bedoeld, of andersom.

Bij elke oudere beginnende computeraar proef ik dezelfde angsten: de angst om iets te beschadigen en de angst dat het apparaat zonder daartoe een opdracht te hebben gekre­gen, dingen voor zichzelf gaat doen. Voor mensen die aan deze vorm van technofobie lijden, heb ik goed nieuws. De aandoening kan kinderlijk eenvoudig worden overwonnen. Ga twee dagen naast een kind zitten en doe wat zij doen. Vermijd opmerkingen als: "niet zo snel" en "waarom", maar klik en tik er vrolijk op los. Vraag uzelf niet af hoe alles gebeurt, maar accepteer wat er gebeurt. Er gaat een wereld voor u open! Denk ook vooral niet dat de com­puter een wonderdoos is: het is een hulpmiddel. Want hoe geweldig de techniek ook is, een ding blijft altijd van kracht: "Bagger in is bagger uit". Als u een computer met onzin voedt, kunt u onzin terugverwachten.

Een KEMBIT wijsheid luidt: "IT blijft mensenwerk". Een computer is standaard ingericht om diverse zaken gemiddeld goed te kunnen. Alle instelmogelijkheden zijn eigenlijk alleen maar bedoeld om de computer beter geschikt te maken voor specifieke situaties of afwijkende toepassingen. De computer zelf weet niet in welke situatie of voor welke toepassing hij gebruikt gaat worden: dat moet de mens hem duidelijk maken.

Daarin schuilt volgens mij de uitdaging voor alle techniek: de balans vinden tussen wat de techniek voor de mens kan doen en wat de mens daarvoor met techniek moet doen. Of, zoals we dat bij KEMBIT tegenwoordig zeggen: High Tech, High Touch!