Wij zuiderlingen zijn een raar volk. Hoewel vrolijk en trots, stellen we ons als het zakelijk wordt klein en bescheiden op. Ons zachtmoedige karakter wordt door buitenstaanders vaak voor onnozelheid aangezien, waardoor we landelijk de bijnaam "de Belgen van Nederland" hebben gekregen. Hoewel ik dat op zich een geuzennaam vind (ik mag Belgen bijzonder graag en twijfel al helemaal niet aan hun verstandelijke vermogens), wil ik toch stilstaan bij een aantal aspecten die de ietwat negatieve roep een voedingsbodem geven.

Waarom stellen we ons altijd bescheiden op, zelfs als we prestaties van wereldformaat leve­ren? Waarom durven we niet trots te zijn op wat we zelf kunnen? Waarom vinden we wat van ver komt altijd beter? En vooral, waarom hebben we meer vertrouwen in iemand die schreeuwt dan in iemand die met een zachte "g" zijn kennis en kunde tentoonspreidt? De oorzaak ligt bij onszelf, net zoals de kans om daar verandering in te brengen. We klagen dat hier de werkeloosheid zo oploopt, maar kiezen vervolgens een product of een dienst uit het "buitenland" terwijl er een gelijkwaardig regionaal alternatief is. Zo het al duurder is, zijn we zelden bereid een eventuele geringe meerprijs te betalen om daarmee de eigen regio te ondersteunen. Is een product of regionale dienst goedkoper, dan kan het niks ziJn. We beste­den liever Europees aan dan op het eigen industrieterrein naar de mogelijkheden te kijken. Groten doen het immers met de groten en als je zelf niet groot bent, lijk je dat toch als je je associeert met een grote naam.

Natuurlijk gaan bovenstaande statements niet altijd op, maar laat ik u een voorbeeld geven uit onze dagelijkse IT-praktijk. Zoals u weet zijn wij altijd op zoek naar uitstekende IT-ers, omdat wij gelukkig veel klanten hebben die vinden dat wij zelfs de vergelijking met IT-bedrijven uit andere regio's glansrijk doorstaan en dat dagelijks bewijzen. Vaak genoeg blijken potentiele kandidaten terughoudend te zijn omdat ze denken dat in deze regio niet genoeg hoogwaardig IT-werk is om uitdagend te zijn. Bovendien kan een zuidelijk bedrijf in de harde IT-wereld immers toch geen potten breken? Uitdagende opdrachten denkt men wel te vinden bij een landelijk of internationaal opererend bedrijf, waarvoor ze vervolgens óf dagelijks in de file moeten gaan staan, óf waar ze in een keurslijf van afgepaalde werk­zaamheden hun dagen kunnen slijten. In elke uiting, op tv, op onze website of in de dagbladen dagen we ze professioneel uit, maar het blijft moeilijk tegen eigen provinciaalse vooroordelen op te boksen. En dat is jammer, want we hebben genoeg werk en zouden door groei nog meer grote klussen kunnen aanpakken.

Zolang we die kip-ei discussie niet hebben doorbroken, kunnen we als bedrijf maar een ding doen: kwaliteit blijven leveren. En de rest is een kwestie van geduld, tot heel Holland...