De taal der IT
De taal der IT
26 september 2018

In het kader van de Europese Dag van de Talen geeft KEMBIT een kijkje in de Taal der IT: het IT-vakjargon. Vaak verwarrend, technisch, onbegrijpelijk, maar we leggen het in klare taal voor je uit. Bij dezen vijftig IT-termen vertaald naar begrijpelijk Nederlands!

Integrale aanpak van cybersecurity: Met z'n allen.

Vendor lock-in: Frustrerende koppelverkoop.

Function creep: Functieverschuiving. Dikwijls van wereld verbeteren naar surveillance.

Agile: Snel, sneller, snelst en wendbaar software ontwikkelen.

Datagraaien: Aftappen zonder aantoonbaar resultaat.

Security through obscurity: Wat de hacker niet kent, hackt hij niet.

Bug: Softwarefoutje.

Backdoor: Per ongeluk expres gemaakt softwarefoutje.

Patch: Pleister op data-bloedende wond.

C2000: Handig communicatiesysteem dat levens kan kosten.

Cloud: Dat je bestanden bij een ander staan opgeslagen.

Downloaden: Geen uploaden.

Uploaden: Geen downloaden.

NFC: Draadloos chipje.

Scope: Waar de grenzen in den beginne lagen.

Scope creep: Het ongemerkt oprekken van de grenzen.

DDoS-aanval: Doelbewuste overbelasting van website of dienst.

Besturingssysteem /OS: Dat ding met de startknop in de computer. Ook bekend als Windows. Iets anders is er niet.

Browser: Knopje voor het internet.

Deep web: Wat je niet via Google vindt. Obscuur en vooral heel veel.

Encryptie: Systeem om boodschappen te verhullen.

Legacy: Dingen die je in de maag gesplitst krijgt. Zeg maar de erfenis van die oom die alleen maar schulden had. Maar dan met computers.

ITIL: Communicatiemethode om bureaucratie af te dwingen bij niet-ambtenaren.

Smartphone: Mobieltje met een groter scherm en je kunt er van alles mee.

Facebook: Modern communicatieplatform waar gebruikers 'posts' schrijven waarop weer kan worden gereageerd.

Middleware: Verbindingsprogramma, essentieel onderdeel.

ERP-systeem: Intern bedrijfsprogramma dat qua efficiëntie afhangt van de gebruiker.

Geofencing: GPS-afbakening.

Peer-to-peer: Communistisch computernetwerk waarop bestanden worden uitgewisseld.

Sysadmin: Computerbaas.

Hardware: Alles met een chip erop.

Software: Alles wat je niet kunt vasthouden.

Processor: Hart van de computer.

Upgrade: Duur nieuw systeem.

Moederbord: Zenuwstelsel van de computer.

Programmeren: Code kloppen.

Geek: Vroeger gepest, nu computerbaas.

Cyber: Digiroboheelal.

USB: Koppeling met gadgets.

CMS: Invoersysteem.

Server: Dikke hoofdcomputer.

Twitter: Digitaal schoolplein.

Bluetooth: Handig om zo'n kek draadloos headsetje te dragen.

Sprint: Opleving van programmeurs.

VPN: Donkere tunnel naar internet(diensten).

Bitcoin: Digitale munt zonder belastingheffing, waarde kan fluctueren.

Hacker: Cyberboefje.

Windows: N00b-versie van Linux.

SNAFU: Alles gaat zoals gebruikelijk mis.

Faal: Zie SNAFU.
 

Bron: Computable

Terug

Cybersecurity is de afgelopen maanden veelvuldig besproken op ongeveer alle kanalen denkbaar en in e...

KEMBIT, kwaliteitsdienstverlener in ICT, met hoofdkantoor in Wijnandsrade en vestigingen in Eindhove...

Prachtig nieuws! KEMBIT Infrastructure Architect Richard Hofland is door VMware officieel benoemd to...